Ons onderwijs2032. Eindadvies van het platform onderwijs2032. Een eerste reactie van Levende Talen

Vaardig, waardig, aardig. Deze eigenschappen ziet het platform bij de leerling die in 2032 uitstroomt uit het voortgezet onderwijs om zo toegerust te beginnen aan een vervolgopleiding of de arbeidsmarkt te betreden. De termen staan voor nadruk op persoonsvorming, kennisontwikkeling en maatschappelijke vorming.

Levende Talen heeft op het voorlopige rapport gereageerd en ziet een aantal positieve kanten terugkomen, maar ook pijnpunten. Het eindadvies is weer een advies op hoofdlijnen, de uitwerking gaat pas later beginnen en daarbij bepleiten de opstellers een voortgaande eigen rol van de scholen, maar geven ook ijkpunten aan met een duidelijke omschrijving van wat er op die momenten aan kennis en vaardigheden verworven moet zijn. Met andere woorden, de al te globale formulering van kerndoelen en eindtermen zal specifieker worden en het ministerie heeft de regierol.

Degenen die verwacht hadden dat de opstellers van het rapport adviezen zouden geven over een andere inrichting van basis- en voortgezet komen bedrogen uit. De structuur van het onderwijsbouwwerk blijft bestaan: de schoolkeuze blijft op jonge leeftijd en de onduidelijkheid op welk moment de onderbouw in het vo wordt afgesloten blijft ook. Op jonge leeftijd verkeerde schoolkeuze? Geen aanwijzingen hoe te repareren. Ook blijft onduidelijk of vooral in de onderbouw naar samenhang in de vakken wordt gestreefd en in de bovenbouw de diepte ingegaan wordt. Het platform adviseert uitsluitend dat het aanleren van de eigenschappen uit de aanhef in een nieuw curriculum verankerd dienen te worden en houden zich verre van het hoe. Het platform bepleit een vaste basis van kennis en vaardigheden die het kerncurriculum moet vormen met de schoolvakken Nederlands, Engels en rekenen (plus wiskunde) aangevuld met burgerschap en digitale geletterdheid.

De vakken uit het kerncurriculum staan in het rooster van basis- en voortgezet onderwijs. Beschrijving van een doorlopende leerlijn moet voorkomen dat in het voortgezet met bij voorbeeld Engels weer helemaal opnieuw begonnen wordt. Het eerste ijkpunt ligt trouwens bij de overgang naar het vo. Het is ons opgevallen dat de opstellers van het rapport geen uitspraken doen over een gewenst niveau op dat moment en evenmin een verwijzing maken naar de nog niet zo lang geleden geïntroduceerde referentieniveaus. Dit wordt een taak voor de uitwerkers van de hoofdlijnen waarbij deskundigen van de inhoudelijke vakverenigingen een belangrijke taak wacht. Levende Talen zal dan voor de ijkpunten voor Engels zeker aandringen op toepassing van het Europees Referentiekader (ERK).

In het rapport wordt niet meteen duidelijk wat bedoeld wordt met de drie leerdomeinen (Mens&Maatschappij, Natuur&Technologie, Taal&Cultuur). Wordt al vroegtijdig een keuze gemaakt (uitgaande van de stelling meer van minder) of komen deze domeinen in de plaats van de profielen in de bovenbouw van het vo? Aandachtsgebieden zijn immers de vakoverstijgende vaardigheden en het verband tussen vakken binnen de context van de maatschappij. De uitwerkers van de adviezen zullen ‘scherpe’ keuzes moeten maken van wat leerlingen uit de drie leerdomeinen minimaal moeten weten en begrijpen.

Levende Talen ondersteunt de constatering van het platform dat bij verandering van curriculum toetsen en examens moeten volgen, waarbij niet alleen meer afgegaan moet worden naar wat meetbaar is. Het manifest van het schoolvak Nederlands Bewust geletterd (2015) is een mooi voorbeeld hoe alle vaardigheden en literatuur in samenhang aangeboden en getoetst zouden moeten worden. De slogan was dan ook ‘Meer inhoud, meer plezier en beter resultaat’. De huidige situatie waarbij de aard van het examen bepaalt hoe in de laatste schooljaren lesgegeven wordt moet zo spoedig mogelijk beëindigd worden.

Levende Talen is het eens met het platform dat er vanaf groep één grote aandacht is voor Nederlands. Nederlands is voor grote groepen kinderen geen moedertaal, maar in het onderwijs wel instructietaal. Het juiste begrip van woordbetekenissen en het hanteren van de geëigende formuleringen mondeling en schriftelijk moeten vanaf groep één de grootste aandacht krijgen. Dat het leren van Engels een tijdje later begint, maar wel zo vroeg mogelijk wordt door het platform aan de scholen over gelaten. Daar heeft Levende Talen geen bezwaar tegen, als bij het eerste ijkpunt het gewenste niveau maar wordt gehaald. Er zal trouwens flink geïnvesteerd moeten worden in de kennisbasis Engels van basisschoolleraren en de beheersing van de didactiek.

Levende Talen maakt zich zorgen over de positie van de andere vreemde talen zoals de opstellers van het rapport die zien. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw in het vo. Het kan toch niet waar zijn dat kinderen vanaf de brugklas geen andere vreemde taal dan Engels meer verplicht krijgen aangeboden. Kennen de leden van het platform het verdrag van Lissabon niet waarin bepaald is in de landen die het verdrag hebben ondertekend een tweede vreemde taal verplicht op het rooster staat in het vo? Levende Talen hoopt van harte dat in het vervolgtraject deze misser gecorrigeerd wordt.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail