Geld erbij, jongeren eraf

Perry van Kerkhoven

Verstandige mensen die zich over de toekomst van het onderwijs buigen, salarisverhoging voor docenten in het vo en mbo, maar zorgen over de mobiliteit in het onderwijs. Een greep uit de actualiteit.

Veel leden van de vereniging zullen in november een prettig bedrag op hun rekening krijgen. Ik heb eerder geschreven, dat ik voor het loonakkoord met de overheid ben. We hebben te lang op de nullijn gestaan, eindelijk gaan we vooruit in salaris. Voor de gelukkigen in het vo en mbo betekent dat een salarisverhoging van 0,8 procent. Die is eenmalig extra hoog, omdat met terugwerkende kracht vanaf januari 2015 wordt uitgekeerd. Daarnaast is er een salarisverhoging van 1,25%. Die wordt uitgekeerd met terugwerkende kracht vanaf september 2015. De derde uitkering is bestemd voor iedereen die per 30 september 2015 in dienst was. Diegene ontvangt 500 euro bij een volledige baan of een percentage daarvan bij een deeltijdbaan.

Zorg
Toch zijn er zorgen. In oktober meldde onder andere het abp, dat de dekkingsgraad laag was. In het loonakkoord is een salarisverhoging van 5,05 procent afgesproken. Die bedragen die ik hierboven heb genoemd, zijn gegarandeerd. Het zwakke punt blijft de verlaging van de pensioenpremie voor de werkgever. Het blijft natuurlijk belangrijk, dat de reserves van het abp en andere pensioenfondsen gevuld blijven. Het loonakkoord mag die reserves niet uithollen. Terecht hebben nogal wat leden hun zorg uitgesproken. Het bedrag moet januari 2016 worden uitgekeerd, maar de onderhandelingen lopen nog. Het goede nieuws: de voorzitters van de vo-raad en de mbo-raad hebben beloofd het bedrag koste wat kost uit te keren, zelfs als de pensioenpremie niet omlaag kan vanwege zorgen om de dekkingsgraad van de pensioenfondsen.

Onderwijs2032
In oktober publiceerde het Platform Onderwijs2032 zijn advies over de toekomst van het onderwijs in po en vo. Voor veel talendocenten zal bij het lezen van dit advies de schrik om het hart slaan. Taal (Nederlands?) blijft belangrijk . Ook voor Engels is een centrale plaats ingeruimd. Ik veeg wat zaken van pagina 6 bij elkaar: in taalvaardigheid moet aandacht komen voor creatief schrijven, presenteren en met plezier lezen. Dit is toch niets nieuws onder de zon. En Engels is onmisbaar om toegang te krijgen tot de wereld. Vanaf groep 1 van het basisonderwijs moeten kinderen Engelse les krijgen.

Maar wie gaat deze lessen verzorgen? Een leerkracht? Zonder kennis van het Engels? En is Engels werkelijk de enige taal waarmee je toegang tot de wereld krijgt? Dat lijkt me een te beperkte blik. Levende Talen biedt niet voor niets ruimte aan zo veel talen.

Tweede vreemde taal
Op pagina 7 blijkt helaas, dat mijn zorgen terecht zijn. Ik citeer: ‘…dat scholen een tweede vreemde taal (Frans, Duits, Spaans) niet meer voor iedereen verplicht hoeven aan te bieden. Het kan wel… een waardevol keuzeonderdeel zijn. Ze moeten zich daar .. serieus in verdiepen.’ Geen kennis van bijvoorbeeld de Arabische taal en cultuur, de Chinese, de Russische, de niet-Engels Europese . Ik weet dat ik voor eigen parochie preek. Toch baart het me zorgen dat taalonderwijs wordt verengd en uitgekleed. Sollicitatiebrieven moeten leerlingen kunnen schrijven. Dat gebeurt toch al tientallen jaren? Kennis doet er blijkbaar minder toe, die zit nu in je computer en kun je opzoeken. Kennis en informatie worden op een hoop gegooid. Op pagina 11 staat, dat er tijd en faciliteiten voor de professionalisering van de leraren moeten komen. De omschrijving van een goede docent ontbreekt. Of is leergierig en professioneel voldoende? Voor talendocenten biedt dit voorstel weinig positiefs. Als het advies ook nog weinig onderwijskundig nieuws brengt, ben ik teleurgesteld.

Mobiliteit
In het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (POMO) 2014 heeft caop Research voor Voion onderzocht, hoe mobiel onderwijsgevenden zijn. Dat zijn ze niet. Onder de 35 jaar zien we een serieus probleem. Een derde van de jonge docenten verlaat het onderwijs. Men bepleit daarom meer instroom uit andere sectoren. Bestaand personeel is te behouden door meer aandacht te schenken aan de mate van invloed binnen de organisatie, de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en de aandacht voor persoonlijk welzijn. Diegene die ontslag neemt, doet dat, omdat het onderwijs geen perspectief biedt, leidinggevenden vervelend zijn of omdat in de organisatie de informatievoorziening en de communicatie onvoldoende zijn. We hebben nog een lange weg te gaan tot het onderwijs een goede werkgever is. De salarisverhoging is een mooi begin.

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail