Brief naar OCW

Onderstaande brief is maandag 21 maart gestuurd naar OCW

Excellentie,

Het Platform Onderwijs2032 geeft in het advies van 23 januari 2016 de volgende aanbeveling met betrekking tot het leren van moderne vreemde talen: Terwijl het Engels als eerste vreemde taal verplicht is voor alle Nederlandse leerlingen vanaf de basisschool, behoren andere vreemde talen bij het keuzeaanbod ter verbreding en verdieping. Nederlandse leerlingen hoeven dus geen andere vreemde taal dan het Engels te leren. Scholen hoeven behalve het Engels geen andere talen aan te bieden.

Met deze eenzijdige focus op het Engels – zonder twijfel de belangrijkste vreemde taal in Nederland – staat deze aanbeveling lijnrecht tegenover een van de fundamentele waarden van de Europese Unie: de aandacht en zorg voor meertaligheid. De Europese Commissie ziet meertaligheid als een cruciaal onderdeel van de Europese identiteit. Om de Europese concurrentiepositie te versterken heeft de commissie daarom taalverwerving tot prioriteit verklaard. In 2002 besloot de Europese Raad in Barcelona dat iedere Europese burger naast zijn moedertaal twee andere vreemde talen moet beheersen. De initiatiefnemers van de Actiegroep Duits en ondergetekenden willen met deze brief hun zorg uitspreken over het feit dat een van de grondleggers van de EU van plan is om in haar onderwijsbeleid af te wijken van deze centrale Europese doelstelling.

Nederlanders worden in het buitenland vaak bewonderd vanwege hun talenkennis. Decennialang hadden Nederlanders in de Europese economie en politiek veel voordeel van het feit dat zij op school meerdere talen leren. Als deze Nederlandse traditie om meertaligheid te bevorderen nu beëindigd wordt, heeft dit zowel culturele verarming tot gevolg, als nadelen voor economie, wetenschap en politiek.

Het marginaliseren van het vreemdetalenonderwijs zou bijzonder spijtig zijn nu de verdergaande integratie in Europa allerminst vanzelfsprekend is en de roep naar grensoverschrijdende samenwerking en onderling begrip steeds sterker wordt. Kennis van vreemde talen is hiervoor de basis. De ondergetekenden zijn van mening dat meertaligheid bij de kerncompetenties van een moderne Europese burger hoort en vinden het belangrijk dat het leren van een tweede vreemde taal naast het Engels op Nederlandse scholen verplicht is.

Het vrijblijvende advies uit het rapport van het Platform Onderwijs2032 met betrekking tot het leren van vreemde talen, brengt het risico met zich mee dat talen anders dan het Engels binnen enkele jaren in het gedrang zullen komen. Een soortgelijke ontwikkeling vond en vindt momenteel plaats in het mbo, waar sinds enkele jaren de focus ook eenzijdig op Engels is. Het resultaat is dat andere vreemde talen hierdoor onbedoeld en ongewild in de marge zijn beland.

In de komende jaren zal het lerarentekort in de vreemde talen in Nederland naar verwachting toenemen. Als scholen zelf mogen beslissen of zij een tweede vreemde taal aanbieden bestaat redelijke kans dat ze bij gebrek aan geschikte docenten ervan afzien. Daarmee belandt het Nederlandse onderwijs in een vicieuze cirkel, want zodra de talen uit de curricula verdwijnen zal ook de aanwas van nieuwe docenten voor deze vreemde talen doodbloeden.

Met het verdwijnen van een onderwijsaanbod in moderne vreemde talen wordt leerlingen ook de sleutel tot de bijhorende landen en culturen ontnomen. Onbekend maakt onbemind. Kennis van de Engelse taal volstaat niet. Om ervoor te zorgen dat jonge Nederlanders in 2032 volop gebruik kunnen maken van de kansen en mogelijkheden van een grensoverschrijdende Europese arbeidsmarkt en klaar worden gestoomd voor het leven in een Europa dat verscheidenheid respecteert, is meertaligheid een cruciale voorwaarde. Gericht beleid is essentieel om vreemde talen een toekomst op scholen te garanderen.

Hoogachtend,

Judith Richters, voorzitter

Jos Canton, secretaris

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail