Brief aan wetenschappelijke curriculumcommissie

 

Aan: Wetenschappelijke Curriculumcommissie

Van: Vereniging van Leraren in Levende Talen

Datum: 21 oktober 2020

Betreft: kaders Curriculum.nu

 

Geachte leden van de Wetenschappelijke Curriculumcommissie,

Allereerst willen wij u zeggen dat wij blij zijn met de instelling van uw commissie. Onze organisaties hebben vanaf het begin van Curriculum.nu naar voren gebracht dat er onvoldoende wetenschappelijke inbreng en onderbouwing was in het proces. Daar is met de instelling van uw commissie nu een oplossing voor gevonden. De minister heeft u aangesteld om te adviseren over gewenste aanpassingen in het landelijke curriculum en over de werkwijze waarop die aanpassingen moeten worden vormgegeven. U doet dat tegen de achtergrond van de opbrengsten van de ontwikkelteams tot nu toe.

Met betrekking tot die werkwijze willen wij u een aantal overwegingen meegeven die onzes inziens het vervolgproces kunnen bevorderen. Het zijn overwegingen die voortkomen uit onze ervaringen met het ontwikkelproces tot nu toe.

Schep heldere kaders. Kaders wat betreft:

de begrippen. Een voorbeeld is het kernbegrip “samenhang”. Dat komt in de diverse stukken van Curriculum.nu in 8 betekenissen voor:

  1. binnen één vak (horizontale samenhang, bijvoorbeeld tussen de verschillende vaardigheden bij een taal);
  2. tussen talen (vooral Nederlands) en andere leergebieden (taalgericht vakonderwijs) (horizontale samenhang);
  3. tussen theorie en (beroeps) praktijk (betekenisvol onderwijs) (horizontale samenhang)
  4. tussen didaktiek/aanpak/benadering en beoogde houding, vaardigheden, denkwijzen en kennis (horizontale samenhang);
  5. tussen onderbouw en bovenbouw (doorlopende leerlijn) (verticale samenhang)
  6. tussen aanbod en de wijze waarop dat aanbod getoetst wordt (curriculaire samenhang).
  7. tussen (onderdelen van) vakken (het doorbreken van de traditionele indeling in afzonderlijke vakken, interdisciplinair) (horizontale samenhang);
  8. tussen vakken binnen onderscheiden kennisdomeinen (horizontale samenhang)

 

Een ander voorbeeld is het begrip ‘bouwsteen’. Tot enkele maanden vóór het ontwikkelen van de bouwstenen was nog niet bepaald wat daaronder verstaan moest worden, ondanks herhaaldelijke vragen van onze kant. Werkenderwijs is het de uitwerking van de grote opdrachten in kleinere ‘brokken’ geworden, waarbij niet van tevoren gedefinieerd is wat de mate van detail mocht zijn. Nota bene, de Meesterschapsteams Nederlands en MVT vatten Grote Opdrachten op als globale eindtermen en Bouwstenen als doorlopende leerlijnen. (zie: https://taalwijs.nu/2019/11/18/meertaligheid-doorheen-het-curriculum-een-eerste-analyse-van-curriculum-nu-met-een-focus-op-meertaligheid/).

 

het tijdpad. Een tijdslijn kon tot nu toe onvoldoende worden gehandhaafd voor de negen ontwikkelteams.

 

Door onduidelijkheid met betrekking tot de begrippen die gehanteerd moesten worden en het niet na kunnen leven van het tijdpad zijn inhoudelijk en in tijd de ontwikkelingen tijdens de eerste fase van het proces naar onze mening dusdanig uiteen gaan lopen dat volgens ons de producten van de eerste fase van de ontwikkelteams onvergelijkbaar zijn. Wij vragen ons daarom af of verder gewerkt moet worden op basis van de producten die er nu liggen en geven u ter overweging op deze vraag terdege te reflecteren tegen de achtergrond van het streven het herziene curriculum bij te laten dragen aan een minder (vermeend) overladen lesprogramma.

 

In de Onderwijskamer van FvOv, waarin onze vereniging naast bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren vertegenwoordigd is, is meer dan eens gesproken over de 70-30 regeling. Ook hierover bestond onduidelijkheid. Een onduidelijkheid die nog steeds bestaat als gevolg van niet eensluidende uitspraken en die opheldering behoeft. Betreft het 70% van de vakinhoud of 70% van de lestijd? Moeten de  scholen deze 30%  aan de betreffende vakken besteden, of zijn de scholen vrij in de besteding van die 30% zoals SLO en het ministerie van OCW suggereerden? Om het op levende talen te betrekken: er moet niet minder tijd aan Nederlands en MVT worden besteed. Wil men wel tot vermindering van uren overgaan, dan zullen de gevolgen ervan in kaart gebracht moeten worden (ten opzichte van de huidige situatie) voor de eindtermen, voor doorstroom naar vervolgopleidingen, voorbereiding op beroep en voor de maatschappelijke toerusting van de leerlingen.

 

Wij weten niet of u het advies dat u zult formuleren over de werkwijze om tot de gewenste aanpassingen in het landelijke curriculum te komen voor commentaar zult voorleggen aan de vakverenigingen. Maar mocht dat het geval zijn dan zijn we gaarne bereid erop te reflecteren. U zou daarmee ook tegemoet komen aan de kritiek dat vakinhoudelijke deskundigheid in uw commissie ontbreekt. De tweede fase van het Curriculum.nu-proces zullen we net als de eerste fase nauwgezet en met belangstelling volgen, al dan niet in FvOv-verband.

 

Met vriendelijke groet,

 

Judith Richters

Voorzitter Levende Talen

 

Facebooktwitterlinkedinmail